Johanna Adriane Cornelia van Bilderbeek Lamaison-ven Heenvliet – krachtige en sterke vrouw, bezat 7 boerderijen en kunstschatten

Er is veel geschreven over notaris van Bilderbeek, wiens betrokkenheid bij het culturele leven vooral tot uitdrukking kwam in de gedrevenheid waarmee hij zich inzette voor het Dordrechts Museum.

Minder is er gepubliceerd over zijn gade. Johanna Adriana Cornelia van Bilderbeek Lamaison. Zij is geboren in Abbenbroek in 1849. In 1932 werd zij bevorderd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Het is bijzonder interessant dat we indertijd uit de mond van mevrouw Ina van Rijn Jongkind de volgende historische gegevens voor u mochten optekenen.

Mevrouw van Rijn was tijdens de oorlog als dienstbode in betrekking bij de weduwe van Bilderbeek in het huis Cronenburch. Er werkten nog twee personeelsleden: Sjaantje de keukenhulp en een stoker die het huis op temperatuur hield. Boekhouder Flach verzorgde alle financiën en Jonkheer Six beheerde het kunstbezit. Elke week kwam de klokkenregelaar om alle klokken op te winden. Het personeel mocht nooit door de hoofdingang het huis binnenkomen.

Er bestond toen nog een grote kloof tussen werkgever en werknemer. Dat verschil werd steeds kleiner door het tijdsbeeld, maar ook door de eenzaamheid van de weduwe die gezien haar leeftijd veel vrienden had verloren. Alleen de vrouw van advocaat & procureur Van der Minne kwam nog een enkele keer op bezoek. Zij was stokdoof en had een grote hoorn (antiek gehoorapparaat) bij zich.

Mevrouw van Bilderbeek Lamaison was gehecht aan dit huis. Zij was een sterke, markante vrouw en bleef tot op hoge leeftijd, zowel geestelijk als lichamelijk gezond. Op 99-jarige leeftijd rolde ze een keer van de trap en lag ondersteboven beneden. Mevrouw trok zelf haar kleding recht en zei laconiek tegen het hevig geschrokken, toegesnelde personeel: “Raap me even op alsjeblieft.” Geestelijk was ze zeer bijdehand. Ze wist alles, ze merkte alles. Zelfs toen haar ogen minder werden.

In de oorlog stond de radio in ’t huis verscholen opgesteld. Er werd geluisterd naar berichten uit Londen. Mevrouw, bijna honderd jaar, kwam daarna naar de keuken om het nieuws te vertellen. Van geld had ze geen verstand. Zo keerde ze eens f 2,50 aan loon uit terwijl een dienstbode in die tijd f 25.- per maand verdiende. Boekhouder Flach regelde dat gelukkig voor haar, Tijdens een longontsteking dacht mevrouw dat haar einde was genaderd. Ze gaf opdracht uit de onderste la van de linnenkast een mooie gehaakte sprei te halen en klaar te leggen.

Haar dokter zei: “Ze is zo sterk, ze redt het zeker!” En dat was zo. Aan eten was in de oorlog geen gebrek. Mevrouw van Bilderbeek bezat zeven boerderijen. De boeren brachten aardappelen, boter, spek, eieren… ze kwamen met volgeladen bakfietsen. Zelfs in de hongerwinter was er genoeg te eten. Op hun sokken mochten de boeren via de dienstingang binnenkomen.

In 1944 werd het huis gevorderd. Er kwam Duitse inkwartiering. De Duitse officier nam onmiddellijk het hemelbed van Mevrouw in beslag: zij mocht in de keuken op de grond slapen. Het personeel protesteerde hevig. Een 99-jarige dame kon men toch niet zo behandelen! Het antwoord was meer dan grof: “Het wordt tijd dat ze doodgaat!”. Het gedrag van de officieren was liederlijk. Ze namen ordinaire meiden mee, vaak waren ze stomdronken. Het was een bende!

Tegen het einde van de oorlog werd mevrouw van Bilderbeek zelfs maanden uit huis gezet. Ze moest naar een simpele bovenkamer in de Riouwstraat. Ondanks alle grandeur waaraan ze gewend was reageerde de hoogbejaarde dame heel nuchter. Ze bekeek vanuit het raam ‘het gewone volk’ en vond dat heel interessant.

De Duitsers hadden inmiddels veel kunstschatten gestolen. Russisch kristal, Chinees porselein en veel van het 36-delig servies waarvan elk afzonderlijk stuk speciaal in Italië van handbeschilderde decoraties was voorzien. Ook een aantal schilderijen werd gejat.

Gelukkig was in een geheime bomvrije kelder een groot deel van de kostbaarheden in veiligheid gebracht. Jonkheer Six heeft na de oorlog nog geprobeerd kunstschatten terug te vorderen, tevergeefs. “De trein waarin de kunstschatten werden vervoerd is gebombardeerd”, luidde het antwoord. Met als toevoeging: ‘Die Alte’ is rijk genoeg.

Mevrouw van Bilderbeek Lamaison heeft de bevrijding en de wederopbouw nog meegemaakt, ze is in 1951 op 102-jarige leeftijd in vrede gestorven 

Aangemeld door Alfred Tusschenbroek | Tekst en foto uit de brochure Dordtse Dochters, samengesteld door Alfred Tusschenbroek i.s.m. Angenetha Balm en het Augustijnenhof

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *