M.C. Barendse-Scrinerius – eerste leerlinge (1895) van de Gemeentelijke Hogere Burgerschool te Dordrecht

Deze foto komt uit ‘De Dordtse H.B.S. 1865 – 1940. Gedenkboek ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan der Gemeentelijke Hogere Burgerschool te Dordrecht’. Onder red. van E. Hamburger, B. Hunningher en D. Koekebakker. Dordrecht, drukkerij Reidel, 1940. RAD 489-30359.

Er onder staan gewoon de namen, waaronder die van mej. M.C. Scrinerius. Ze schreef er zelf bij: DE EERSTE LEERLINGE DOOR MEVROUW M.C. Barendse – Scrinerius (leerlinge 1895): 
“Het idee mij naar de jongens-H.B.S. te laten gaan, kwam op. Nu, wat ’t leeren betrof zag ik er niet tegen op, maar om tusschen al die jongens te zitten, leek mij “griezelig”. Toch ging ik. Op een morgen bracht mijn vader mij naar ’t gebouw in de Nieuwstraat en daar de schooldeur nog dicht was en er talrijke jongens voor stonden, had ik natuurlijk veel bekijks. Na aan de voordeurbel getrokken te hebben, deed een lange portier open en ik betrad ’t heiligdom. Nu, dit heiligdom moet men zich niet als een mooi gebouw voorstellen. Den indruk, dien ik er nu nog van heb, was een lange, brede gang, met sombere schoollokalen, weinig licht en zon en veel stof. Eere aan de werkvrouwen, die ’t stof altijd probeerden te verwijderen!.

Ik kwam van de meisjes-H.B.S. waar ik in een klas was met veel vriendinnen. Met ons allen waren we erge roerige leerlingen, die nog al eens kattekwaad uithaalden en de leeraressen plaagden (in de toenmalige schooljaren deden we dat), op de jongens H.B.S. was ik een gehoorzaam niet-roerig meisje. ’t Was mij daarom eert wel vreemd tusschen al die jongens.

Maar alles went en de jongens waren beleefd tegen mij. ’t Viel mij op dat de jongens anders tegenover de leeraren stonden dan de meisjes: ze waren wel ondeugend, maar veel openlijker, de meisjes waren veel geniepiger. (Ik hoop dat de meisjes uit mijn jaren die dit leezen ’t mij niet kwalijk zullen nemen dat ik dit schrijf!)

Er werd veel huiswerk gegeven, de lesrooster was groot, er waren veel schooluren, dus ’t was hard werken. De pauzes werden doorgebracht op de speelplaats. Daar ’t er soms stoffig en vol was, zei de directeur, Dr. Van Oven: “Ga maar een kopje koffie bij mijn vrouw halen”, en dan ging ik door de verbindingsdeur naar ’t woonhuis van den directeur, dat aan de school grensde.

Ik geloof, dat van al de leeraren daar ik les van gehad heb, geen een meer in leven is. Ik zie eenige ervan nu weer voor mij. Croin, met zijn parmantige stap. De kleine teekenleeraren Brinkgreve en Terwen, ‘de Turf’, zoals de laatste genoemd werd, Dr. Posthumus (foto staande rechts), die ’t toen niet geoorloogd vond, dat een meisje bij de Natuurlijke Historielessen alles hoorde, zoodat ik dan wel eens een uurtje vrij kreeg (een bof!), Hesseling voor Engelsch, Mink voor Aardrijkskunde, Dr. Van Oven Natuurkunde. In de pauzes behandelde deze mij als “het meisje”(zie boven), onder de lessen als een jongen, want ik kreeg ook af en toe een schrift tegen mijn hoofd gegooid, net als de jongens!. Tot zoover mijn herinnering aan mijn H.B.S. –tijd.”

Voorgedragen voor Dochter van Dordrecht door Geesken Bloemendal, Hans Berrevoets en Jan Alleblas

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *