Eilke Berghuis, ‘een bevlogen politievrouw’

Eilke Berghuis (1922-2013)
De zorg voor kinderen liep als een rode draad door het leven van Eilke Berghuis. “Een bevlogen politievrouw” noemde Saskia Lensink haar in AD De Dordtenaar vanwege haar werk bij de Dordtse jeugd- en zedenpolitie. Maar ook als bestuurslid van de Stichting Jeugdhaven (‘De Boei’), kinderopvanghuis ‘De Schuilhoek’ in de Bankastraat, het Christelijk Lyceum en de Kinderbescherming gaf Eilke Berghuis vorm aan haar zorg voor kinderen.

Eilke Berghuis werd in Dordrecht geboren op 27 april 1922. Ze was de oudste van vier kinderen in het gezin van Johannes Berghuis (1893-1957) en Adriana Kamsteeg (1889-1932). Haar vader was leraar in land- en tuinbouwvakken. In 1929 werd hij hoofd van de lagere tuinbouwschool in Barendrecht. Toen in 1930 het nieuwe schoolgebouw met onderwijzerswoning werd geopend, verhuisde het gezin naar Barendrecht.

Studie
Eilke was nog maar tien, toen haar moeder overleed. Haar vader hertrouwde met een zus van haar moeder, Wilhelmina Kamsteeg (1892-1939). Van huis uit werd Eilke gestimuleerd om te gaan studeren. Ze ging naar het Marnix in Rotterdam, waar ze in juni 1940 eindexamen gymnasium A deed. Daarna ging ze rechten studeren aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. In april 1943 eiste de Duitse bezetter dat studenten een loyaliteitsverklaring zouden ondertekenen, waarin zij beloofden dat ze zich zouden onthouden van iedere tegen het Duitse Rijk gerichte handeling. Van de studenten aan de VU weigerde 95% te tekenen, onder wie Eilke Berghuis. In het geheim studeerde ze verder.

Kinderen
“In de oorlog dook ik onder bij een gezin met kinderen en daar kwam ik erachter dat werken met kinderen me wel lag,” vertelde ze later. Twee jaar na de oorlog studeerde ze af. Ze ging aan de slag in Kinderdorp Neerbosch bij Nijmegen. Daarna werkte ze in een tehuis voor moeilijk opvoedbare kinderen. In 1952 werd ze directrice van het gereformeerde kinderhuis ‘De Sonnenburgh’ in Wassenaar. In 1958 erfde Eilke Berghuis een groot huis aan de Singel en keerde ze terug naar Dordrecht. Twee jaar werkte ze als maatschappelijk werkster bij de sociale dienst. In 1961 kwam ze in dienst bij de Dordtse gemeentepolitie, waar ze leiding gaf aan wat toen nog de kinderpolitie heette. Eilke Berghuis hield van kinderen en vond dat in haar functie bij de politie absoluut noodzakelijk. “Alleen als je veel voor kinderen voelt kun je diep met ze doorpraten en doordringen tot de kern. Mijn ervaring is dan dat ze het vaak fijn vinden gepakt te zijn. En dan moet er schoon schip gemaakt worden. Zolang er iets achterblijft dat ze verbergen is de kans op herhaling groot.”

EHBO
Over het werk van de kinderpolitie gaf Eilke Berghuis regelmatig lezingen, zoals in april 1965 voor de Vrouwenbond van de PvdA. De kinderpolitie vergeleek ze met een EHBO-post. “Net als bij de echte EHBO moet ook hier de eerste hulp doeltreffend zijn! De belangrijkste taak is dus eigenlijk deze: hulp verlenen, daar waar kinderen moeilijkheden kunnen veroorzaken. Opsporing van minderjarigen; bestrijding van schoolverzuim; het horen van kinderen die slachtoffer geworden zijn van een zedendelict, dit alles ligt ook op het werkterrein van de kinderpolitie.” “Er komen kinderen uit elk milieu met de kinderpolitie in aanraking, en de raad die mejuffrouw Berghuis voor de ouders had, kwam in ’t kort hierop neer: begin er vroeg mee het kind in vertrouwen te nemen; leer het zelfstandig zijn en geef het kind bovenal de zekerheid van zich geborgen te weten in het gezin.”

Baldadige jeugd?
“Baldadigheid van Dordtse jeugd valt best mee” kopte De Dordtenaar in augustus 1962. “Men klaagt enorm, maar ’t valt nogal mee, zoals ik naar mijn eigen ervaringen in andere steden kan nagaan,” zei Eilke Berghuis. “De Dordtse jeugd in niet agressief. De kinderen roepen je zelden na en trekken bijna nooit aan je fiets, zoals ik dat in andere steden vele malen meemaakte. Uit wat voor gezin ze komen, maakt daarbij weinig uit. De zogenaamde ‘nette’ kinderen zijn net zo goed baldadig.” “Het is vaak alleen de lust tot avontuur, die hen tot die daden drijft. Dat is trouwens over het algemeen het geval met de baldadige jeugd. Ze zijn in de leeftijd van de drang naar avontuur, die zij in de grote, dichtbebouwde steden zo weinig kunnen uitleven.” Voortvarend nam Eilke Berghuis initiatieven om het lot van de jeugd te verbeteren. Zo stond in de jaren zestig het club- en buurthuiswerk nog in de kinderschoenen. Eilke Berghuis klopte aan bij de gemeente met ideeën hoe dit aangepakt kon worden. Ook bracht ze de verschillende instanties bij elkaar, die zich met dezelfde probleemgezinnen bezighielden, maar dat niet van elkaar wisten. En ze regelde dat er opvanggezinnen kwamen voor weglopers en jonge criminelen.

Gezin
Met veel pupillen bouwde Eilke bouwde een hechte band op. Met Janny bijvoorbeeld, een jonge vrouw die in ‘De Sonnenburgh’ in Wassenaar woonde toen Eilke daar de leiding had. Toen Eilke in 1958 een groot huis aan de Singel erfde, nodigde ze Janny uit om bij haar in te trekken. Janny en Eilke hadden het aanvankelijk goed samen aan de Singel. Janny kwam de zeeman John Oosterveer tegen, met wie ze trouwde en twee zoontjes kreeg: Minck en Hans. “Omdat ik soms maanden van huis was, bleven Janny en de kinderen bij Eilke inwonen,” vertelde John. “Zodoende werd ze een tweede moeder voor onze kinderen. Die band werd nog sterker toen mijn vrouw Janny ziek werd. Ze leed aan schizofrenie en kon steeds minder voor haar kinderen zorgen. Van tijd tot tijd moest ze zelfs worden opgenomen.” Eilke wist haar drukke baan zo te organiseren, dat ze iedere schooldag tussen de middag thuis was om de jongens op te vangen. En ook ’s avonds zorgde ze vaak voor hun eten. “Ik ging aan de wal werken om meer bij de kinderen te zijn,” vertelt John. “Maar ook Eilke deed enorm veel voor ze. Het moet zwaar voor haar geweest zijn.”

Nagelaten gedachten
Mieke Zwart was kerkelijk werker in de Wilhelminakerk, toen zij Eilke Berghuis leerde kennen. Mieke vertelt, dat Eilke een enveloppe naliet met allemaal kladjes en aantekeningen. Daarin bewaarde ze onder meer de volgende tekst, die vertelt hoe zwaar en serieus zij haar taak opnam:
‘God zal dragen en redden’, voor mij betekent dat:
Ik stuur je erop uit.
Ik geef je een moeilijke taak, maar ik help je.
En als je het zelf niet meer kunt, als je de aan jou toevertrouwde mensen moet overgeven, zal ik ze dragen en redden.

Eilke Berghuis overleed in Dordrecht op 27 juli 2013.

Voorgedragen door Lianne van der Wel-van Reeuwijk

Peter Dillingh
Met dank aan John Oosterveer, Lianne van der Wel-van Reeuwijk en Mieke Zwart.

Kerk op Dordt, 16 augustus 2019

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *